De raad van advies heeft per 1 januari 2015 de wettelijke taak gekregen te adviseren over voorstellen voor verordeningen (artikel 32a Advocatenwet). De adviescommissie regelgeving bestaat al veel langer en is destijds ingesteld om te adviseren over verordeningen en andere regelgeving van de Nederlandse orde, dus voordat de raad van advies deze taak kreeg. Gelet op de wettelijke taak van de raad van advies ligt het voor de hand dat de taak van de adviescommissie regelgeving nader wordt gespecificeerd.
Juridisch bestaan er geen belemmeringen voor advisering door twee aparte instanties. Toch geeft het meerwaarde om ervoor te zorgen dat de invalshoek van beide instanties complementair is.
Deze verordening legt het zwaartepunt van de advisering door de adviescommissie regelgeving bij de juridische kwaliteit en de gevolgen voor de praktijk van advocaten van de concept-regelgeving. De raad van advies is in zijn taakuitoefening niet beperkt door het geen in deze verordening of toelichting is opgenomen. Gelet op de samenstelling van de raad van advies is desalniettemin de verwachting dat de raad van advies in zijn advisering een maatschappelijke en niet-juridisch-technische invalshoek zal kiezen.
De adviescommissie is onafhankelijk in haar advisering. Daarom is afdeling 3.3 van de Awb op de adviescommissie regelgeving van toepassing. De adviezen hebben immers betrekking op besluiten van de algemene raad respectievelijk het college van afgevaardigden.
Door de toepasselijkheid van afdeling 3.3 van de Awb zijn er ook andere artikelen van deze wet van toepassing. Zo is de vertrouwelijkheid van de stukken geregeld in artikel 2:5, en is in artikel 3:43, eerste lid, geregeld dat een adviseur in kennis wordt gesteld van het besluit als het advies niet is opgevolgd. In de toelichting op dat besluit zal ook moeten worden opgenomen waarom afgeweken wordt van het advies. Dit volgt uit artikel 3:50 van de Awb.
De raad van advies heeft per 1 januari 2015 de wettelijke taak gekregen te adviseren over voorstellen voor verordeningen (artikel 32a Advocatenwet). De adviescommissie regelgeving bestaat al veel langer en is destijds ingesteld om te adviseren over verordeningen en andere regelgeving van de Nederlandse orde, dus voordat de raad van advies deze taak kreeg. Gelet op de wettelijke taak van de raad van advies ligt het voor de hand dat de taak van de adviescommissie regelgeving nader wordt gespecificeerd.
Juridisch bestaan er geen belemmeringen voor advisering door twee aparte instanties. Toch geeft het meerwaarde om ervoor te zorgen dat de invalshoek van beide instanties complementair is.
Deze verordening legt het zwaartepunt van de advisering door de adviescommissie regelgeving bij de juridische kwaliteit en de gevolgen voor de praktijk van advocaten van de concept-regelgeving. De raad van advies is in zijn taakuitoefening niet beperkt door het geen in deze verordening of toelichting is opgenomen. Gelet op de samenstelling van de raad van advies is desalniettemin de verwachting dat de raad van advies in zijn advisering een maatschappelijke en niet-juridisch-technische invalshoek zal kiezen.
De adviescommissie is onafhankelijk in haar advisering. Daarom is afdeling 3.3 van de Awb op de adviescommissie regelgeving van toepassing. De adviezen hebben immers betrekking op besluiten van de algemene raad respectievelijk het college van afgevaardigden.
Door de toepasselijkheid van afdeling 3.3 van de Awb zijn er ook andere artikelen van deze wet van toepassing. Zo is de vertrouwelijkheid van de stukken geregeld in artikel 2:5, en is in artikel 3:43, eerste lid, geregeld dat een adviseur in kennis wordt gesteld van het besluit als het advies niet is opgevolgd. In de toelichting op dat besluit zal ook moeten worden opgenomen waarom afgeweken wordt van het advies. Dit volgt uit artikel 3:50 van de Awb.