28-11-2017

Bart van Tongeren algemeen deken NOvA

"Kabinet neemt verplichting rechtsbijstand totaal niet serieus"

Gisteren verscheen een brief van de nieuwe minister voor Rechtsbescherming , in reactie op de vragen van het Tweede Kamerlid Van Nispen over het rapport van de Commissie Van der Meer. De reactie van de minister is, zeker voor een bewindspersoon die 'rechtsbescherming' in zijn titel heeft, ronduit teleurstellend.

De commissie Van der Meer heeft na uitvoerig en gedegen onderzoek geconstateerd dat het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand dringend groot onderhoud nodig heeft. De puntentoekenning komt in veel gevallen niet overeen met de werkelijk door advocaten gemaakte uren. In totaal is jaarlijks € 127 miljoen extra nodig om het gat te dichten, stelt de commissie. Het feit dat een onafhankelijke onderzoekscommissie deze conclusie trekt, terwijl de commissie de opdracht had gekregen alleen budgetneutrale voorstellen te doen, geeft wel aan hoe urgent de investering op dit moment is.

De minister gaat in zijn beleidsreactie op die benodigde investering niet inhoudelijk in en doet in plaats daarvan een ‘beroep op de maatschappelijke verantwoordelijkheid van alle organisaties’ en de ‘intrinsieke motivatie’.

De NOvA heeft haar verantwoordelijkheid de afgelopen jaren genomen door zelf onderzoek te doen naar de voorwaarden voor een duurzaam stelsel van rechtsbijstand , waarbij ook kritisch naar de eigen rol is gekeken. Op allerlei niveaus is gesproken over dit onderwerp; in werkgroepen, expertsessies en rondetafelgesprekken. Tal van advocaten hebben hier aan bijgedragen. Zij deden dat vanuit hun maatschappelijke verantwoordelijkheid, als belangenbehartiger van hun cliënt en als tegenwicht voor de staat. Daarbij zijn voorstellen gedaan die oneigenlijke prikkels wegnemen. Voorstellen die reeds zijn overgenomen en waarmee de nodige besparingen zijn gemoeid. Dit vanuit de intrinsieke motivatie en overtuiging dat het borgen van de toegang tot het recht belangrijker is dan de eigen portemonnee. Toevoegingsadvocaten willen kwaliteit blijven leveren, maar ondervinden dat hen dit de afgelopen jaren steeds moeilijker is gemaakt. Uit verschillende opiniestukken werd duidelijk dat de nood voor veel advocatenkantoren echt aan de man is.

Door de reeds ingevoerde bezuinigingsmaatregelen is de aantrekkelijkheid van het beroep van sociaal advocaat sterk afgenomen. Hierdoor neemt de instroom van (jonge) nieuwe advocaten tot het stelsel af. De advocaten die er nog zijn, hebben grote moeite om het gewenste kwaliteitsniveau te handhaven als gevolg van de gebrekkige financiering. Vervolgens gaat men zich beklagen over het kwaliteitsniveau en zie daar, de oplossing voor het tekort van € 127 miljoen is er; de sociale advocatuur wordt uitgerookt. Nieuwe aanwas wordt ontmoedigd en de zittende advocaten - met AOW-leeftijd in zicht - wordt kwaliteitsgebrek verweten.

Een ding is duidelijk: deze advocaten blijven de rechtsbijstand in deze lastige omstandigheden leveren, omdat ze intrinsiek gemotiveerd zijn. We hadden gehoopt dat het uitrookbeleid door de nieuwe minister van rechtsbescherming een halt zou worden toegeroepen. Dat is helaas niet het geval. Dat is goed nieuws voor het departement, straks is geen advocaat meer te vinden die het werk wil doen. Het budgetprobleem lost zich op deze manier vanzelf op. Handig dus voor de minister voor Rechtsbescherming die zijn begroting sluitend moet houden. Zeer slecht nieuws voor de rechtzoekende die nu geheel aan zijn lot wordt overgelaten in het complexe woud van juridisering (waar de overheid voor een groot deel veroorzaker van is).

De overheid laat de meest kwetsbare rechtzoekenden in de kou staan. Met het grootste gemak wordt de bal opnieuw teruggekaatst naar de advocatuur, terwijl de verplichting die de staat heeft om te voorzien in adequate rechtsbijstand voor on- en minvermogenden totaal niet serieus wordt genomen.

Eerder heeft de politiek gezorgd dat het bezuinigingspakket van € 85 miljoen op de gefinancierde rechtsbijstand in de ijskast werd gezet. De bezuinigingsnoodzaak is inmiddels komen te vervallen. De NOvA had, zeker na het uitkomen van het rapport van de commissie Van der Meer, dan ook de gerechtvaardigde hoop niet opnieuw een beroep te hoeven doen op de Eerste en Tweede Kamer. De brief van gisteren van de minister laat ons helaas geen andere keuze.

Namens de advocaten in het stelsel en hun huidige en toekomstige cliënten doet de NOvA een oproep om de benodigde investeringen alsnog mogelijk te maken.