Nieuwsoverzicht

Nieuwsberichten

21jan

De financiële bijdrage onder de loep

Alle advocaten ontvangen vandaag de digitale factuur voor de financiële bijdrage aan de NOvA. Deze valt hoger uit dan vorig jaar. Hoe zit dat nu precies? In gesprek met Frans Knüppe, waarnemend deken van de NOvA. ‘Het is simpelweg het gevolg van extra kosten die op ons afkomen, hoofdzakelijk voor het tuchtrecht.’

Vorig jaar steeg de financiële bijdrage met 10 procent, dit jaar wederom met 12 procent. Hoe is deze verhoging te verklaren?
‘De afgelopen twee jaar zijn er grote kostenposten op het gebied van toezicht en tuchtrecht bijgekomen. Dit is onder andere het gevolg van de Wet doorberekening kosten toezicht en tuchtrecht juridische beroepen die op 1 januari 2018 in werking is getreden. Hierdoor zijn de volledige kosten voor de raden en het hof van discipline bij de advocatuur neergelegd.’

Frans Knuppe waarnemend deken
Frans Knüppe, waarnemend deken van de NOvA

‘Daarnaast geven we vanuit de NOvA steeds meer invulling aan het toezicht. Naast het systeemtoezicht door het College van Toezicht ondersteunt het bureau van de NOvA het lokale toezicht. Enerzijds al langer met de unit Financieel toezicht advocatuur (FTA), en sinds kort is daar de unit Dekenaal toezicht advocatuur (DTA) bijgekomen. Daarvan hebben we gezegd dat het verstandig is om die afdelingen bij de landelijke Orde onder één dak te hebben en de kosten bij de NOvA te leggen. Het gaat om een activiteit en een verantwoordelijkheid die geldt voor de hele balie, maar die wel primair dient om de lokale dekens te ondersteunen.’

Wat betekent dit concreet voor de begroting van de NOvA?
‘Als je de recente verhogingen van deze posten bij elkaar optelt - 2,2 miljoen voor tuchtrecht en 0,5 miljoen voor toezicht - dan kom je uit op 2,7 miljoen euro. Dat is bij benadering ook het extra geld dat we aan de leden van de balie hebben gevraagd. In totaal beslaan de kosten voor toezicht en tuchtrecht bijna de helft van de begroting: de tuchtrechtkosten komen neer op ongeveer 28 procent van het totaal en circa 15 procent is voor het toezicht, inclusief de toe te rekenen kosten van het bureau van de NOvA.’

Besteding financiele bijdrage per euro

 

 

 

 

 

 

 

 

‘Zowel dit jaar als vorig jaar hebben we de toename van de financiële bijdrage kunnen beperken, doordat een deel van de toegenomen kosten van tuchtrechtspraak ten laste zijn gebracht van de bestemmingsreserve. Dat neemt niet weg dat wij het ook jammer vinden dat de jaarlijkse bijdrage nu voor het tweede jaar is verhoogd, maar dat is simpelweg het gevolg van kosten die op ons afkomen. En die worden gedragen door alle in Nederland ingeschreven advocaten.’

In hoeverre is de NOvA in staat geweest weerstand te bieden tegen de doorberekening van de tuchtrechtkosten?
‘Allereerst hebben we sterk geageerd tegen de invoering van de Wet doorberekening kosten toezicht en tuchtrecht juridische beroepen. We hebben deze wet, die onderdeel uitmaakte van het toenmalige regeerakkoord, helaas niet tegen kunnen houden. Wel hebben we door ferm verweer te voeren de invoering van de wet met een twee jaar kunnen vertragen en in die zin de doorberekening aan de balie kunnen vertragen.’

‘Nu het zover is, kijken we kritisch naar het systeem waarop de vaststellingen vanuit de tuchtrechtelijke colleges via het ministerie bij ons komen, dat is nog onvoldoende transparant. De manier waarop de begroting wordt aangeleverd en wat er door het ministerie wordt toegekend, zijn knelpunten en daarover lopen al twee jaar procedures. Ons streven is het werken met een inzichtelijk systeem dat goed is te verantwoorden. Als de advocatuur uiteindelijk die kosten moet dragen omdat het niet anders kan, dan ligt daar in ieder geval een goede systematiek aan ten grondslag. En daar zijn we op dit moment nog niet. We proberen proactief tot een verbeterd systeem te komen, we moeten zien hoe dit verder loopt.’

Zijn er andere posten op de begroting waarop de NOvA kon bezuinigen?
‘We hebben alles tegen het licht gehouden, maar geen posten ontdekt die we terzijde kunnen schuiven. Dat zou ook vrij merkwaardig zijn, als dat zo simpel mogelijk was gebleken. Alles wat we doen, is noodzakelijk. Er zit niet veel franje omheen. Uiteindelijk gaat het om de uitvoering van onze wettelijke taken, met onze eigen regelgeving en dan zijn de keuzemogelijkheden om ergens op te korten zeer beperkt.’

Alle advocaten betalen samen de werkzaamheden die de NOvA moet verrichten, zonder een bijdrage van de overheid. Zou dit moeten veranderen?
‘In principe niet, want dan creëer je een afhankelijkheidsrelatie terwijl onafhankelijkheid juist een van de belangrijkste kenmerken van de advocatuur is. Maar juist in het geval van de tuchtrechtspraak ligt dat anders. De NOvA heeft principieel bezwaar tegen de doorbelasting van deze kosten door de staat aan de advocatuur, voor zover dit te maken heeft met het betalen van de inzet van ‘eigen’ tuchtrechters. Dat profijtbeginsel zou wat ons betreft niet moeten worden toegepast op inzet van leden van de rechterlijke macht. En juist hierin zit ’m wrang genoeg de grootste toename van de kosten voor het tuchtrecht. Dat neemt overigens niet weg dat de hoge kwaliteit van de tuchtrechtspraak buiten kijf staat en zeer gewaardeerd wordt.’

Blijft de financiële bijdrage ook de komende jaren stijgen?
‘In onze doorkijk naar 2021 voorzien we nog een verhoging van respectievelijk 26 euro en 9 euro voor de hoogste en laagste categorie. Daarna gaan we ervan uit dat we verdere verhogingen kunnen beperken. Uiteraard is dit indicatief en afhankelijk van de ontwikkelingen die op ons afkomen en de omvang van de balie.’

Verdien je als advocaat minder dan 37.000 euro op jaarbasis, dan kom je in aanmerking voor een lagere bijdrage?
‘Met de lagere categorie 2 komen we tegemoet aan advocaten die om welke reden dan ook onder een bepaald inkomen zakken. Dat kunnen sociaal advocaten zijn, maar ook advocaten die het om andere redenen financieel zwaarder hebben, of parttime werken. Zij betalen maar ongeveer een derde van het categorie 1-tarief.’

Sommige lokale orden passen extra verschillende categorieën toe…
‘Lokale orden kunnen daar voor hun lokale financiële bijdrage naar eigen inzicht vorm aan geven. Sommige hanteren inderdaad verschillende categorieën en andere een flat fee. Dat beeld is divers. Als NOvA nemen wij bepaalde kosten die te maken hebben met lokale taken vaak landelijk voor onze rekening, zoals ondersteuning bij het toezicht. Als je die kosten bij de lokale orden zou neerleggen, neemt de financiële bijdrage aan de landelijke orde weliswaar af maar komen die er lokaal weer bij. Vestzak-broekzak dus.’

Besluitvorming financiële bijdrage
Voordat de factuur met de financiële bijdrage daadwerkelijk bij advocaten terechtkomt, gaat er een besluitvormingstraject aan vooraf. Het college van afgevaardigden (CvA) stelt jaarlijks de financiële bijdrage vast op grond van artikel 32, tweede lid, van de Advocatenwet. De door de algemene raad (AR) vastgestelde begroting dient hiervoor als basis. De AR bespreekt de conceptbegroting eerst met de financiële commissie van het CvA, bestaande uit drie CvA-leden met gedegen financiële expertise, en vervolgens in een kleine setting van het CvA. Uiteindelijk stelt het CvA de hoogte van de financiële bijdrage vast.

2020