Actueel

Blog

23-03-2018

Bart van Tongeren algemeen deken NOvA

"Bemiddeling en het belang van de rechtzoekende"

De NOvA juicht innovatie toe om vraag en aanbod van juridische diensten bij elkaar te brengen. De laatste tijd is er veel discussie over deelname van advocaten aan zogeheten koppelwebsites. Laat ik uw geheugen opfrissen: je als advocaat aansluiten bij een website die werkt met een vaste periodieke vergoeding: geen probleem! Of een prijs-per-klik: prima! De gedragsregels voor de advocatuur maken dit (al enige tijd) mogelijk.

We zijn wel beducht voor ondoorzichtige commerciële en financiële constructies van sommige initiatieven. Dan doel ik op sites waar per cliënt wordt betaald. We moeten uitkijken dat er geen handel ontstaat in zaken/rechtzoekenden waarbij de hoogste bieder de zaak krijgt. Of wanneer de betalende advocaat automatisch bovenaan de lijstjes komt te staan. Dat daar in het belang van de rechtzoekende waarborgen en eisen aan worden gesteld, is niet meer dan logisch. Bovendien bieden niet alle bemiddelingswebsites de mogelijkheid om zelf deskundigheid en tarieven te vergelijken; de rechtzoekende moet afgaan op wat de site toont. Dat is een belangrijk punt: het is de website die selecteert, mede gebaseerd op wat de advocaat betaalt en niet per se op basis van geschiktheid.

Gedragsregel 2 maakt duidelijk dat een advocaat die gebruik wil maken van een bemiddelingswebsite altijd de kernwaarden in ogenschouw moet houden: integriteit (neemt op basis van de juiste motieven een zaak aan), deskundigheid (is opgeleid in het betreffende rechtsgebied en heeft de juiste kennis en ervaring) en onafhankelijkheid (laat zich niet leiden door financiële motieven bij de keuze van zaken). Deze waarden mogen, juist in het belang van rechtzoekenden, op geen enkele wijze in het gedrang komen. Dat neemt niet weg dat er dan nog voldoende ruimte overblijft om te innoveren, koppelen en bemiddelen. Maak daar gebruik van! Dat is niet alleen goed voor de advocatuur, maar vooral voor de rechtzoekenden.

Reacties (5)

van Rooijen

23-03-2018

Vanuit mijn overtuiging dat het provisieverbod achterhaald is toch een paar opmerkingen: 1. De Orde mag dan zeggen dat het innovatie voorstaat, de markt geeft toch duidelijk blijk van het achterblijven van Nederland hierin. 2. Het aangepaste provisieverbod maakt slechts een zeer beperkt aantal uitzonderingen, terwijl het beginsel zou moeten zijn dat, zolang de onafhankelijkheid niet onaanvaardbaar wordt aangetast, er geen reden is tot een verbod. 3. Het bezwaar tegen ‘ranking’ tegen betaling snap ik ook niet; dat is precies het beoogde resultaat van Google Adwords, en dat mag blijkbaar wel. 4. Ranking staat bovendien los van provisie, en is feitelijk een hele andere discussie; 5. Er wordt aangehaald dat een site maar een beperkt aantal advocaten toont, geselecteerd door een site. Eens, het internet in z’n geheel toont het volledige aanbod. Dat is precies de crux: niet meer het gehele internet af te hoeven struinen. Via sites als LegalDutch krijg ik juist inzicht in de brij. Ik wil geen honderden advocaten vergelijken, en ik wil er ze ook eigenlijk niet zelf random selecteren via het internet. 6. Kernwaarden. De deken zegt het goed: de advocaat moet die in ogenschouw nemen. Wordt hij dus gekoppeld aan een zaak waar hij niet voldoende kennis voor heeft, dan moet hij hem dus niet aannemen. Kan hij zijn onafhankelijkheid niet meer waarborgen, dan ook niet. Maar laat advocaten in beginsel vrij om zich aan te sluiten. In mijn ogen is het verbod, ook de aangepaste versie daarvan, onredelijk belemmerend voor het komen tot een betere marktwerking. De markt is nu volstrekt intransparant, met hoge tarieven tot gevolg. Zolang het mij maar duidelijk is dat de site met provisies werkt, zou ik daar als consument geen enkel probleem mee hebben. Provisies doen namelijk in het geheel niet af aan mijn reden voor het gebruik van zo’n site: dat de site mij in staat stelt gemakkelijker (gespecialiseerde) advocaten te vergelijken, onder meer op hun uurtarief. En dat de Deken zegt dat, zo las ik in het NRC, dat de sites prijsverhogend zouden werken...Tja, ik ben benieuwd wat de ACM van dat argument vindt.

Jan-Hein Strop

26-03-2018

De Orde van Advocaten is tegen internetplaforms. Meest recente rechtvaardiging is dat klanten duurder uit zijn via het platform, omdat advocaten de kosten van de doorverwijzing zullen doorbelasten. Dit argument veronderstelt dat advocaten geen acquisitiekosten hebben. Als een advocaat een zaak via een platform krijgt, zou die immers “extra” kosten hebben die hij moet doorberekenen. Huh? De tijd dat advocaten wachten tot het “grind knispert”, ligt toch achter ons? Advocaten investeren in netwerken, seminars, content marketing, sponsoring en advertenties. En veel kantoren besteden internetmarketing uit aan een extern bureau of hebben zelf een marketing-/business development-manager in dienst. Deze kosten zitten - terecht - verdisconteerd in het uurtarief! Als een advocaat via een platform een klant krijgt, dan maakt die advocaat niet zijn gebruikelijke acquisitiekosten en kan zich dus goedkoper aanbieden. Logisch, want het platform neemt die acquisitiekosten op zich en berekent die door aan de advocaat. Die advocaat is niets “extra” kwijt. En de klant dus ook niet. Moeten we het argument dan begrijpen als een nostalgisch doch misplaatst verlangen naar de terugkeer van het grindpad?

Ernst van Win

28-03-2018

Dat de NOvA tegen internetplatforms zou zijn is kort gezegd onzin. Allereerst gaat de NOvA als beroepsorganisatie van advocaten helemaal niet over de marktactiviteiten van internetondernemers. Waar wel een wettelijke taak voor de landelijke en de plaatselijke Ordes ligt is het bevorderen en bewaken van een goede beroepsuitoefening door advocaten. Uiteindelijk dient dat het belang van ‘een goede rechtsbedeling’, in de zin dat iedereen die behoefte en nood heeft aan rechtsbijstand de voor hem of haar juiste advocaat kan vinden. Let wel: dat is een door de wetgever opgelegde (publiekrechtelijke) taak. En die doelstelling staat ook helemaal niet in de weg aan innovatie en transparantie. De meeste advocaten laten zich ook niet onbetuigd. Contentmarketing, webblogs, webinars en het plaatsen van artikelen en het vermelden van het lidmaatschap van specialisatieverenigingen. Het is met één druk op de knop van de smartphone te vinden op het onderwerp dat men zoekt, eventueel met referenties van clienten en ratings erbij. Lastiger wordt het als er ondernemers blijken te zijn die van die behoefte aan adequate rechtshulp financieel een flink graantje willen meepikken. Dat is hun goed recht, maar laat dan ook duidelijk zijn dat ze bij het meeliften op die trein te maken zullen krijgen met de maatschappelijk gemotiveerde grenzen die aan ‘hun’ klanten worden gesteld: De kernwaarden en het belang van de rechtzoekende. De internetplatforms vallen immers onder geen enkele marktcontrole, zoals controle op de kwaliteit van de koppeling (ideetje voor de ACM?). Het laatste wat we zouden moeten willen is dat een makelaar zonder enige kennis van zaken gaat bepalen, welke rechtzoekende met welke advocaat in zee gaat of mag gaan. Dat lijkt overigens ook het spiegelbeeld van transparantie. Fictie? De voorbeelden zijn al lang zichtbaar in de ‘markt’ voor hotelreserveringen en restaurantboekingen. Hoe wordt er geselecteerd ? De hoogstbiedende of de meest geschikte ? Bekend is, dat de grote hotelsites vaak duurder zijn dan rechtstreekse boeking bij het hotel zelf. De Nederlandse Horeca is inmiddels klaar met de machtspositie en afhankelijkheid van Thuisbezorgd.nl. Wellicht toch goed, dat bij een maatschappelijk belangrijk goed als rechtshulp nog wat normen gelden en er wel toezicht is. De Europese gedragscode verbiedt elke vorm van provisie. De Nederlandse Orde niet meer, als de advocaat maar duidelijk maakt dat hij daarbij niet handelt in strijd met de kernwaarden en slechts het belang van de rechtzoekende voor ogen heeft en niet dat van zichzelf en de intermediair. Niet meer, maar ook niet minder.

Barend Benard

29-03-2018

Ik denk dat de Orde een achterhoedegevecht voert. De ACM zal vermoedelijk door het provisieverbod een streep zetten. Ik hoop het. En ik vind dat de landelijke Orde zich veel drukker zou moeten maken en veel meer zou moeten inspannen om de toevoegingsvergoedingen conform het rapport van Van der Meer structureel en fors omhoog te krijgen. Ik hoor iedereen altijd maar - heel politiek correct -spreken over "een goede rechtsbedeling" en " het belang van de rechtzoekende staat voorop" , maar er zou eens wat meer naar het belang van de advocaat gekeken moeten worden (er zou een vakbond voor advocaten moeten komen).

Caren Schipperus

01-04-2018

Zie de column deze week in de NRC van Folkert Jensma, de rechtszoekende is waarschijnlijk veel meer gebaat bij een goede vindbaarheid van een inhoudelijk deskundige advocaat. Een "booking.com" voor advocaten kan daar zeker een bijdrage aan leveren. Het provisieverbod is zonder meer achterhaald. Het is de gebruikelijke, verlammende angst voor vernieuwing bij de Orde. https://www.nrc.nl/nieuws/2018/03/31/er-mag-meer-moraal-in-de-advocaat-a1597777

Plaats een reactie