Actueel

Blog

03-12-2019

Theda Boersema lid algemene raad NOvA

"De gezinsadvocaat, overbodig?"

Begin 2018 presenteerde André Rouvoet het rapport ‘Scheiden... En de kinderen dan?’. Volgende week bespreekt de Tweede Kamer de voortgangsrapportage van het platform Scheiden zonder Schade. Als deelnemer aan dit platform steunt de NOvA onomwonden het streven om te komen tot de-escalerende en oplossingsgerichte echtscheidingsprocedures.

Ook advocaten vinden dat schade voor kinderen tijdens een echtscheiding zoveel mogelijk moet worden voorkomen. In dat licht verklaarde de NOvA zich vorig jaar dan ook graag bereid mee te denken over een experiment met een alternatieve scheidingsprocedure in plaats van de huidige procedure voor de rechter.

Een van die alternatieven is de gezinsadvocaat, eerder al door de Kinderombudsman geïntroduceerd in het kader van kindvriendelijke advocatuur. Een gezinsadvocaat treedt op voor het hele gezin en niet alleen voor de vader, moeder of het kind. Hij is daarmee zowel ‘meervoudig partijdig’ als neutraal en onafhankelijk. De focus ligt op de belangen van de kinderen en het bereiken van een duurzame invulling van gelijkwaardig ouderschap.

Hoewel meervoudige partijdigheid in principe in strijd is met de gedragsregel 15 kan een advocaat, behoudens enkele uitzonderingen, wel degelijk optreden voor een gezin. Wel moet er ruimte zijn tot wederopzegging, moet de advocaat zich constant zekerheid verschaffen van parallel lopende belangen en dient hij altijd transparant te zijn over wie zijn cliënt is.

Een gezinsadvocaat is, de naam zegt het al, een advocaat. Met de introductie van de figuur van ‘gezinsvertegenwoordiger’, die in de optiek van de minister voor Rechtsbescherming niet per se een advocaat hoeft te zijn, wordt dat uitgangspunt steeds meer losgelaten. Hoewel deze rol nog niet specifiek is ingevuld, denkt het ministerie van Justitie en Veiligheid bijvoorbeeld ook aan een bijzondere curator of een gedragswetenschapper.

De NOvA vindt het cruciaal dat bij een echtscheiding altijd een advocaat betrokken is. De rol van de gezinsvertegenwoordiger dient dan ook voorbehouden te blijven aan een in het familierecht gespecialiseerde advocaat. Deze dient zich in zijn beroepsuitoefening immers te houden aan de gedragsregels, kent het procesrecht en is onderworpen aan het tuchtrecht. Deze (gezins)advocaat is niet alleen gespecialiseerd in de juridische gevolgen van een echtscheiding, maar wordt bovendien geacht over de nodige mediationvaardigheden en gesprekstechnieken te beschikken. Die combinatie komt scheidende ouders en zeker het kind alleen maar ten goede.

Als NOvA kunnen wij deze invulling van de gezinsvertegenwoordiger faciliteren door een extra aantekening op het tableau te realiseren voor gespecialiseerde familierechtadvocaten die ook thuis zijn in mediation. Deze advocaten kunnen dan exclusief optreden als gezinsvertegenwoordiger. In dat geval wordt de term ‘gezinsadvocaat’ feitelijk overbodig. Of de gezinsvertegenwoordiger, daar wil ik van af zijn.

Reacties (9)

J.H.F. Overkleeft

03-12-2019

Ik sluit mij op dit punt volledig aan bij het standpunt van de orde.

Marieke van Woerkom

04-12-2019

De NOVA moet zich realiseren dat er bij de complexe scheiding sprake is van systeempathologie. Een tak van sport die niet weggelegd is voor de familierecht advocaat, sterker nog, die bij gebrek aan inzicht in mentale stoornissen zal dit de problematiek slechts vergroten. Mediation is geen oplossing als er sprake is van psychopathologie; gezinnen hebben ondersteuning nodig van een klinisch psycholoog. Het is noodzakelijk om vooraf in te schatten of er mogelijk sprake is van een complexe scheiding en huiselijk geweld; screening kan hier duidelijkheid geven. Het is beroepsmatig onverantwoord voor de advocaat om zich binnen het psychologisch veld te gaan begeven.

Barthold Dijkers

11-12-2019

Het standpunt van de Orde juich ik, evenals Overkleeft, toe. De reactie van Marieke van Woerkom behoeft bepaald nuance.
Zelfs -en juist- immers in gevallen waar sprake is van "mentale" stoornissen (vermoedelijk doelt Marieke van Woerkom op de aanwezigheid van een of meer kenmerken van persoonlijkheidsstoornissen) is een gespecialiseerd familierechtsadvocaat gelet op de aandacht die in het 3-jarig specialisatietraject is ingeruimd voor het signaleren van dergelijke "stoornissen" één van de mogelijk betrokken professionals bij uitstek om deze stoornissen in een vroegtijdig stadium te onderkennen en kan (en dient) vervolgens de-escalerend op te treden, bij voorbeeld door vroegtijdig professionele hulpverlening ter zake in te schakelen.

Jan Favié

16-12-2019

Advocaten moeten door de orde gestopt worden vechtscheidingen te faciliteren.

Esther Sprenkeling

31-12-2019

Ook ik sluit me volledig aan bij het standpunt van de orde en zie graag dat de NOvA de gezinsadvocaat faciliteert door een extra aantekening op het tableau te realiseren. Ik werk al 3 jaar als gezinsvertegenwoordiger en de betreffende aantekening draagt bij aan het verbreden van het draagvlak.

Werner van Bentem

30-01-2020

Er zijn soms weinig worden voor nodig om helder te maken waar het om gaat. Dat is Marieke van Workum gelukt. Ik sluit mij van harte aan bij haar standpunt.
Mij betreft zo moeten zijn, dat in een zo vroeg mogelijk stadium na aanvang van het echtscheiding geding geïnventariseerd wordt of er signalen zijn die duiden op een mogelijke complexe echtscheiding. In die situatie zou op de kortst mogelijke termijn een deskundigenbericht door de rechter gelast moeten worden met als doel inzichtelijk te krijgen of er sprake is van psychopathologie bij een of beide ouders. Indien dat wordt vastgesteld zal het echtscheiding geding met inachtneming van die geconstateerde psychopathologie verder behandeld moeten worden. Professor doctor Corine de Ruiter heeft daar eerder voor gepleit. Psychopathologie is een factor die in de weg staat aan de behandeling van een complexe scheiding volgens de gebruikelijke methode waarbij de professionals proberen om de ouders op hun verantwoordelijkheden aan te spreken. De ouder met een gedragsstoornis die tot de categorie psychopathologie kan worden gerekend is eenvoudig niet in staat om andere belangen dan die van hemzelf centraal te stellen. Daarbij komt dat vaak ook het inlevingsvermogen van deze personen zo gering is, of zelfs ontbreekt, dat zij eenvoudig niet kunnen zien waarom niet gaat wat zij willen. Dit soort ouders zal altijd het belang van de kinderen zien en presenteren door de vertroebelde blik die zijn gedragsstoornis met zich meebrengt.

Complexe echtscheidingen vragen een andere aanpak dan de gemiddelde echtscheiding. Zij vragen ook om een andere expertise. Die expertise ontbreekt bij de gemiddelde rechter en bij de gemiddelde advocaat. Er is daarom veel voor te zeggen om een experiment te beginnen waarbij in 1 of 2 rechtbanken in Nederland een voor familiezaken wordt samengesteld waarin uitsluitend rechters worden aangewezen die over een ruime ervaring in het personen en familierecht en het jeugdrecht beschikken. Deze kamers zullen zonder gehinderd te worden door enige budgettaire overweging de opdracht moeten hebben en de tijd moeten krijgen om de aan hen voorgelegde zaken te behandelen. In mijn visie zou de behandeling van deze zaken steeds in meervoudige samenstelling van de kamers moeten plaatsvinden. Mijn reden daarvoor is dat juist in deze complexe zaken de collegiale spiegeling binnen het college van belang is om te voorkomen dat een blinde vlek ontstaat, of dat een beslissing wordt genomen die, geheel onbedoeld maar toch, mede is gebaseerd op gevoelens van onbegrip over de (proces) houding van de ouders of een van hen.

Bij complexe echtscheidingen speelt meer dan eens een verleden van huiselijk geweld een rol. De praktijk laat zien dat professionals in zowel het juridisch als het hulpverlenersdomein moeite hebben om dit verleden van huiselijk geweld te onderkennen en daarmee de positie van de slachtoffers te herkennen en te erkennen. De blinde vlek voor huiselijk geweld in echtscheidingscontext maakt dat het proces van scheiden zich vaak ontwikkeld tot een proces van lijden dat erger is dan wanneer het slachtoffer van het huiselijk geweld ervoor zou hebben gekozen om maar niet te scheiden. Daarmee wordt op indringende wijze het verdrag van Istanboel geschonden. Het is bijvoorbeeld in strijd met dit verdrag oevers van huiselijk geweld in welke vorm dan ook direct of indirect te dwingen met de dader van het huiselijk geweld intermediate in te gaan. Toch is dat wel gangbare praktijk.

Wanneer in een complexe echtscheiding een ondertoezichtstelling wordt uitgesproken, bestaat het risico dat de problematiek alleen maar verergerd. Dat heeft alles te maken met het gegeven dat het opleidingsniveau van de gezinsvoogdij werken die als jeugdbeschermer of onder welke andere naam dan ook het gezin moet gaan begeleiden onvoldoende is om deze zware problematiek te onderkennen en het hoofd te bieden. Wat ik hiervoor benoemde voor het juridisch domein, zou mutatis mutandis ook op moeten gaan voor het jeugdbeschermingsdomein. Er zal specialisatie moeten komen en het niveau van de betrokken jeugd en gezins professionals zal aanzienlijk hoger moeten gaan liggen dan nu het geval is. Ik pleit er dan ook voor dat er een landelijk gecertificeerde instelling komt die zich specialiseert op de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen waarbij de context van het gezinssysteem mede wordt bepaald door psychopathologie bij een of beide ouders, dan wel (een verleden van) huiselijk geweld. De voor deze gecertificeerde instelling werkzaam gezinsvoogdijwerkers zullen voldoende vaardigheden bijgebracht moeten worden in het herkennen, onderkennen en vooral ook erkennen van (signalen van) psychopathologie en of huiselijk geweld. Daarbij valt te denken aan een verplichte toepassing van de Masic methode.

Tenslotte zal het besef moeten doordringen dat in een complexe echtscheiding waarbij psychopathologie of huiselijk geweld een rol speelt, de algemeen gebruikelijke formuleringen als ouders voeren strijd, ouders zijn niet in staat de belangen van hun kinderen centraal te stellen, ouders zijn niet in staat om samen te werken, enzovoorts, tot een enorme schade kan leiden bij de kinderen en in niet mindere mate bij de oude die, om het eenvoudig te zeggen, psychisch gezond is en het slachtoffer is van de aan psychopathologie lijdende andere ouder, of die anderszins het slachtoffer is van huiselijk geweld. De toepassing van de meervoudsvorm van het woord ouder in situaties als deze dient geen ander doel dan de eigen angst van de rechter of de jeugdprofessional, om niet onpartijdig over te komen, te onderdrukken. Maar juist daardoor wordt een schijn van partijdigheid gewekt, omdat tegen beter weten in de gezonde ouder op 1 lijn wordt gezet met de aan psychopathologie lijdende andere ouder. Daarmee wordt aan de gezonde ouder feitelijk het recht ontzegd om voor zijn/haar kinderen op te komen. Hier is van toepassing ene sleutelbegrip: deugdelijk gemotiveerd positioneren.

De oplossing zal er nooit helemaal komen. Rechterswerk en jeugdzorgwerk blijft mensenwerk. Waar gewerkt wordt kunnen fouten worden gemaakt. Het is een utopie te veronderstellen dat in zaken als deze steeds foutloos gewerkt kan worden door de professionals. Waar het om gaat is de foutmarge zo klein als redelijkerwijs mogelijk te houden.

W.E. van Bentem

30-01-2020

Ik was nog iets vergeten: De focus in dit soort zaken moet primair liggen op de bescherming van en hulpverlening aan het gezonde deel van het gezinssysteem en met inachtneming van die bescherming hulpverlening aan de aan psychopathologie lijdende ouder(s).

Jacqueline de Jongh-Moolenaar

17-02-2020

De Advocatuur moet behoedzaam zijn met het plakken van (DSM) etiketten op belanghebbenden in conflictueuze echtscheidingssituaties. Een traumatische ervaring heeft vanzelfsprekend effect op de psyche van alle betrokkenen. Dit betekent echter niet altijd dat er sprake is van een structureel psychisch probleem. Dat mag in beginsel alleen aangenomen worden als er voor de echtscheidingsproblematiek een diagnose is gesteld door een deskundige zoals een psychiater. In alle gevallen waarbij deze problematiek speelt is het aan te raden met een team van deskundigen te werken om alle belanghebbende de ondersteuning te bieden, die nodig is in dit voor hen vaak zeer aangrijpende traject. De advocaat is daarbij degene die de juridische kaders uitzet en aangeeft van mogelijk is tijdens en na de procedure zodat duidelijk is welke verwachtingen waargemaakt kunnen worden en welke niet. Het deskundige vangnet kan de betrokkenen op professionele wijze door de woelige baren heen loodsen. Samenwerking tussen advocatuur en andere deskundigen is de sleutel. Wij doen dat al in de Bollenstreek met een wekelijks spreekuur waar zowel de advocatuur als andere deskundigen klaar staan om de rechtzoekenden bij te staan vanaf de startlijn. Dat werkt.

W.E. van Bentem

16-04-2020

De reactie van mevrouw De Jongh-Moolenaar geeft aanleiding tot een korte opmerking:

In een gewone scheiding zal kunnen werken wat u zegt. In een complexe scheiding waarvan de context mede wordt bepaald door (een verleden van) huiselijk geweld ligt het anders. Dan schieten 'gewone' specialisten met hun mantra's eenvoudig te kort. Dan is een andere aanpak nodig. Zie de publicatie: Het houdt niet op, totdat je de slachtoffers beschermt; Complexe scheidingen en vermoedens/beschuldigingen van huiselijk geweld van de Werkgroep complexe scheidingen- multidisciplinaire samenwerking (CSMS) te vinden op https://csmsgroep.wordpress.com/). Voor de gezinsadvocaat is in dit soort zaken geen rol weggelegd. De advocaat van het slachtoffer(gezin) is aangewezen op de kernwaarde 'partijdigheid' voor het slachtoffer en zal zich daar maximaal voor moeten inzetten. Die advocaat zal bereid en in staat moeten zijn de rechten van zijn cliënte juridisch glashelder en zonder ruimte voor nuancering voor het voetlicht te brengen. Dat is niet fijn, maar het slachtoffer van huiselijk geweld maar in stilte verder (laten) beschadigen omwille van het mantra van 'normaliseren' doet denken aan het (uit een woord bestaand) verband tussen die zachte heelmeesters en de stinkende wonden.

Rechters hebben maal al te veel de neiging om als een soort van coach ook in dit soort complexe scheidingen te blijven proberen om te 'normaliseren'. Voor die rechters is er maar één boodschap: schoenmaker houd je bij je leest. Als rechter bent u geen coach, u bent jurist die van overheidswege is aangewezen om op juridische grondslag beslissingen te nemen in aan u voorgelegde geschillen. Dat zou moeten werken.

Voor wie echt geïnteresseerd is in de omvang van de problematiek en de schade die dit veroorzaakt is de hiervoor genoemde publicatie welhaast verplichte leerstof.

Plaats een reactie

Commerciële, beledigende, bedreigende, racistische of anderszins ongepaste reacties worden onmiddellijk verwijderd.