24-11-2017

Theda Boersema lid algemene raad NOvA

"Rechtzoekende verdient steun overheid"

De oud-plaatselijk deken van Amsterdam en 4 andere advocaten schrijven in het NRC van 23 november jl. dat commerciƫle advocaten geregeld een veelvoud van de Balkendenorm (thans de WNT-norm van 187.000 euro (2018)) verdienen en dat de Zuidas geld heeft. De vraag wordt gesteld waarom dat geld niet wordt ingezet om de tekorten in de gefinancierde rechtsbijstand op te vangen.

(dit blog is geschreven door Theda Boersema en Bernard de Leest als reactie op het artikel ‘Zuidas moet sociale advocatuur te hulp schieten’).

Vervolgens wordt gerefereerd aan een initiatief van 3 van de genoemde advocaten. Over dat initiatief heeft de Orde met 2 van hen al eerder gesproken. Een 1e bezwaar van de Orde was toen dat het initiatief zich enkel richtte op sociaal advocaten binnen de eigen arrondissementsgrenzen. De stichting in oprichting droeg de naam "Stichting 1 balie", maar de gelden uit het fonds zouden alleen aangewend worden voor advocaten uit het arrondissement Amsterdam. Dit vond de Orde bezwaarlijk. Niet elk arrondissement heeft immers een goudgerande Zuidas waar men met de pet langs kan gaan. En wat het stuk niet vermeldt, is dat de bereidheid van de grote Zuidaskantoren om bij te dragen, gering was. De vraag waarom dit zo was, beantwoorden de schrijvers evenmin. Vandaar wellicht dat nu naar de Orde wordt gekeken?

Een ander bezwaar van de Orde was dat het initiatief, zoals de schrijvers zelf erkennen, een druppel op een gloeiende plaat bleek: een sympathiek gebaar, maar bij lange na niet genoeg om het door achterstalligheid van de Staat veroorzaakte probleem op te lossen.

De door het vorige kabinet ingestelde Commissie Van der Meer heeft vorige maand becijferd dat voor een kwalitatief goede toegang tot het recht veel te weinig geld werd én wordt uitgetrokken. Er is jaarlijks 127 miljoen extra nodig. Maar in het regeerakkoord staat niet dat er extra geld komt. Bedoelen de schrijvers van het stuk dan dat die 127 miljoen door de Zuidas moeten worden opgehoest? Zelfs met ingrijpende inkomensmaatregelen door de Orde, is het nog maar de vraag of die 127 miljoen snel in de pocket komt.

De Orde is van echter mening dat de toegang tot het recht een overheidstaak is en niet afhankelijk dient te zijn van de vrijgevigheid van, bijvoorbeeld, advocaten. We gaan noodlijdende huisartsen ook niet betalen door de salarissen van specialisten af te romen. Toegang tot gezondheidszorg is evenzeer een basisrecht met als basis een publieke financiering (weliswaar aangevuld met premiebetaling door alle Nederlanders, maar de gemiddelde Nederlander doet ook veel vaker een beroep op de gezondheidszorg dan op de rechtspraak.)

De schrijvers gingen met hun stichting uit van vrijgevigheid, maar kregen daarmee de pet niet gevuld. Nu is het kennelijk tijd voor verplichte afdrachten, in te stellen door de Orde, om het fonds gevuld te krijgen? De Orde wil geen inkomenspolitiek bedrijven en is vóór marktwerking in de zakelijke dienstverlening. Een eerdere verkenning om een toptarief voor de financiële bijdrage in te voeren, waarmee grootverdieners binnen de balie een hogere financiële bijdrage aan de Orde betalen om de sociaal advocaten te ontzien, maakte duidelijk dat een dergelijk voorstel onvoldoende steun zou krijgen.

De auteurs van de inzending zijn bekend met de verordenende bevoegdheid van het college van afgevaardigden. Een mogelijkheid bestaat om gebruik te maken van het recht tot initiatief en een voorstel voor een verordening in te dienen die elke advocaat die meer dan een vast te stellen norm verdient, verplicht tot het afstorten van het meerdere in een Ordefonds. Je hoeft dus niet via de media de Orde tot de orde te roepen, maar kan gewoon de weg bewandelen die daarvoor binnen de Orde bestaat en in het college van afgevaardigden uitleggen waarom dergelijke inkomensmaatregelen onoverkomelijk zijn. Ook dat is delen in verantwoordelijkheden en kan wellicht tot interessante uitkomsten leiden.

Rest het punt van kennis, die zeker ook in grote mate op de Zuidas aanwezig is. Gelukkig zien de schrijvers van het stuk in dat de benodigde expertise en ervaring daar ontbreekt voor het goed bedienen van de grote groep minvermogenden die rechtshulp hard nodig hebben. Die rechtshulp dient binnen het Nederlandse stelsel, net als elementaire gezondheidszorg, vanuit de algemene middelen te worden betaald en uitgevoerd door toegewijde en deskundige advocaten.

Laat tenslotte duidelijk zijn dat het zoeken naar alternatieven voor het tekort in de gefinancierde rechtsbijstand heel hard nodig is. Maar toegang tot het recht is van zodanig fundamentele aard, dat het niet slechts aan een beperkte groep overgelaten kan worden om dat voor de maatschappij te waarborgen. Een overheid die gesignaleerde rafels aan de rechtsstaat niet serieus neemt, kan kleerscheuren niet voorkomen.