25-01-2019

Johan Rijlaarsdam algemeen deken NOvA

"Zonder advocaat geen rechtsstaat"

Mijn eerste weken als algemeen deken verliepen turbulent. Protesterende advocaten die voor rechtbanken in het hele land actie voerden voor het behoud van gefinancierde rechtsbijstand voor mensen met een kleinere beurs: wie had ooit kunnen denken dat dat nodig zou zijn? Als advocaten de straat op gaan, dan is er wel wat aan de hand. En dat is dan ook zeker het geval: de rechtsstaat in Nederland staat onder druk, net als de bijzondere positie die advocaten hierin hebben.

Iedere burger in Nederland moet ervan op aan kunnen dat zijn wettelijke rechten altijd gewaarborgd zijn. In een rechtsstaat is iedereen gelijk voor de wet en uiteindelijk beslist een onafhankelijke rechter aan de hand van de wet. Maar de rechtsstatelijke beginselen zijn niet veilig. Zo bepleitte een grote politieke partij dat rechters door de Tweede Kamer beoordeeld moeten kunnen worden. Een prominent politicus opperde het idee om in bepaalde wijken strenger te straffen. Het Openbaar Ministerie doet grote aantallen zaken, waarvoor de betrokkene een strafblad zou krijgen, af zonder rechterlijke toets. Er is grote ondercapaciteit binnen het OM en de politie. De rechterlijke macht klaagt over te grote werkdruk. En steeds meer sociaal advocaten kunnen het zich niet meer veroorloven op te komen voor financieel minderbedeelden.

Nederland is ondanks deze bedreigingen, die er niet om liegen, (nog) een rechtsstaat. Het gevaar ligt evenwel op de loer dat we het scherpe zicht verliezen op de waarde van onze rechtsstaat. Als je maar vaak genoeg knabbelt aan de randen gaan er stukjes van af, tot we op een bepaald moment niet meer weten hoe de rechtsstaat er uit hoort te zien. Anders gezegd: de kikker merkt misschien niet dat het water waar hij in zit steeds heter wordt.

In het rechtsstatelijke evenwicht is de rol van de advocaat essentieel. Een advocaat is niet zomaar een vrije ondernemer die een juridisch beroep uitoefent, maar een juridische beroepsbeoefenaar ten dienste van de rechtsbedeling die ervoor zorgt dat iedereen toegang tot het recht krijgt. In deze zin heeft de advocatuur een publieke verantwoordelijkheid. Samen met de rechterlijke macht en het Openbaar Ministerie, elk vanuit een eigen perspectief, staat de advocatuur voor een rechtvaardige samenleving. Gebaseerd op de wettelijk verankerde kernwaarden: onafhankelijk, partijdig, deskundig, integer en vertrouwelijk. Aan deze grondbeginselen van de advocatuur mag dan ook niet worden getornd, want de belangen van rechtzoekenden kunnen alleen worden gediend met behoud van de kernwaarden.

Het is daarom zorgelijk dat de overheid advocaten steeds meer lijkt weg te willen filteren. Zo is het in de plannen van de minister met de gefinancierde rechtsbijstand niet meer vanzelfsprekend dat een rechtzoekende, bijgestaan door een onafhankelijke advocaat, bij de rechter terecht kan. Dat wordt dan bepaald door een ‘poortwachter’. Ik vraag me af welke criteria hiervoor gelden en hoe de belangen van rechtzoekenden zijn gewaarborgd. Het lijkt mij tegenover de mensen die daarmee te maken krijgen dan moeilijk vol te houden dat in Nederland iedereen voor de wet gelijk is. De zo gekoesterde rechtsbescherming, in het bijzonder van mensen met een kleine beurs, spreekt dan niet meer voor zich. Dat is niet knabbelen aan de randen van de rechtsstaat. Dat is een hap er uit.