20jul

Brief OM over beleid rond betalingen aan advocaten

In het kader van hun toezichthoudende taak heeft een aantal lokale dekens aan het Openbaar Ministerie (OM) gevraagd om in een brief uiteen te zetten in hoeverre een advocaat zich bij het aannemen van betalingen bloot kan stellen aan het gevaar van een strafrechtelijke vervolging. Dit omdat het bestrijden van witwassen en ondermijning voor de dekens een hoge prioriteit heeft en voorkomen moet worden dat advocaten betrokken raken bij strafbare feiten zoals heling en witwassen.

Euro bankbiljetten iStock-493325577In antwoord daarop heeft het OM bijgaande brief van 23 maart 2022 aan de algemeen deken van de NOvA toegezonden. Hierin wijst het OM op een aantal wettelijke en gedragsrechtelijke ontwikkelingen die het OM relevant acht in het kader van de rol van de advocaat bij het aannemen van gelden. Desgevraagd heeft het OM te kennen gegeven dat met deze brief geen wijziging van het (terughoudende) vervolgingsbeleid als zodanig is beoogd. Bedoeld is het eerdere standpunt van het OM, zoals dat was verwoord in een brief uit 1995 (die als bijlage bij de brief van 23 maart 2022 is gevoegd) in het licht van ontwikkelingen nadien te plaatsen.

De NOvA benadrukt dat voorkomen moet worden dat personen die verdacht worden van strafbare feiten waaruit financieel voordeel kan zijn verkregen verstoken blijven van rechtsbijstand omdat de advocaat, door die bijstand op betalende basis te leveren, als verdachte zou kunnen worden beschouwd. De bijzondere positie van advocaten in dit opzicht is in de wetgeschiedenis steeds onderkend en dient in de toekomst (ook door het Openbaar Ministerie) te worden bewaakt. Uiteraard is het in algemene zin zo dat advocaten zorg moeten dragen voor een behoorlijke financiële praktijkvoering en dat zij niet mee dienen te werken aan het vergemakkelijken of faciliteren van strafbare feiten, zoals bijvoorbeeld witwassen. Waar het gaat over het accepteren van betalingen dient het belang van behoorlijke rechtspleging echter niet in het geding te komen.

In de brief van 23 maart 2022 staat dat die brief niet voor publicatie bedoeld is. Vanwege het belang van de advocatuur bij de inhoud van de brief heeft recent nader overleg met het OM ertoe geleid dat de brief wel kan worden gepubliceerd.

Zie ook:
Standpunt NOvA over contante betalingen 

2022